De school.

Ik vroeg onze nieuwe buurjongen in welke klas hij zat. " In groep 6 " zei hij met een dun stemmetje.
Maar toen ik hem vroeg of hij het leuk vond op school, schudde hij heftig zijn hoofd en begon toen zacht te huilen.

In de winkel.

De Dikke Monique wordt betrapt op winkeldiefstal.
Als men haar wil arresteren verzet ze zich hevig. Ze trapt en spuwt en krabt.
Op het politiebureau zegt ze huilerig dat ze het thuis heel moeilijk heeft en dat ze dacht dat het in de winkel allemaal gratis was.
De politiemensen laten haar met een waarschuwing gaan.
Zodra ze buiten is grinnikt Monique: wie niet sterk is moet slim zijn.

In de trein. (Voor Paul D.)

De Dikke Monique gaat naar zee.
Het is druk op het perron. Toch slaagt Monique er in zich als eerste in de trein te wringen.
Triomfantelijk neemt ze wijdbeens twee zitplaatsen in beslag.
Als de een na de ander haar vraagt of deze plaats bezet is, doet ze net of ze niets hoort en blijft strak voor zich uit kijken.
Tot een man haar gewoon opzij duwt. Monique schrikt en krijgt een kleur. En terwijl de hele coupé toekijkt begint ze met grote uithalen hartverscheurend en heel luidruchtig te huilen.

Thuiskomst.

Neuriënd liep hij door de regen naar huis nog nagenietend van de succesvolle manier waarop hij die zaak had afgesloten.
Toen hij de oprit van zijn huis opliep zag hij door het verlichte raam zijn vrouw en kinderen rond de tafel zitten.
Hij twijfelde even of hij wel binnen zou gaan maar deed tenslotte de deur open, sloeg een kruis en bleef maar fluisterend herhalen : Heer vergeef me, vergeef me, vergeef me.

Ontdubbeld.

Vanmiddag zijn pastoor en dominee samen op bezoek geweest. Ik ben zowel katholiek als protestant of ik was het want ik ben nu ontdubbeld, mijn halve ik is er niet meer. Voorlopig misschien want ik ben wanhopig op zoek naar mijn verdwenen helft.
In  de stad ben ik die kwijtgeraakt. Extra erg voor mij want ik ben vrijgezel en mensenschuw en ik heb niemand om mijn verdriet te delen. Als ik voor de spiegel stond konden we goed praten met onszelf. Onze discussies waren open en eerlijk, fel maar beschaafd.
Nu ben ik dat kwijt. Ik ben gehalveerd.

De dorpelingen.

Het is niet helemaal duidelijk waarom wij als groep door de wantrouwige dorpelingen genegeerd worden. Misschien komt het omdat wij ons op een andere manier voortbewegen en omdat wij wél voelsprieten hebben maar het komt zeker niet door onze manier van communiceren. Die is wel anders dan de hunne maar niet minder effectief. De geluiden die wij daarbij maken, alleen maar in bepaalde gevallen trouwens, kunnen niet zo storend zijn dat ze die vijandigheid enigszins rechtvaardigen.
We moeten proberen een soort toenadering tot stand te brengen om misverstanden uit de wereld te helpen. Een directe confrontatie lijkt me daartoe het beste. Ze zullen zeker eerst even schrikken en waarschijnlijk vluchtneigingen vertonen maar dat moeten we ten koste van alles verhinderen.
We zullen zien, eerst de boel maar eens omsingelen.

Schoolvrienden.

Ik ben 84 jaar, dus mijn middelbareschooltijd ligt al heel lang achter mij.
Wat was ik blij verrast toen ik op een middag in het park, waar ik op een bankje mij oude knoken in de zon aan het verwarmen was, een oud klasgenoot na al die jaren terugzag ! We herkenden elkaar onmiddellijk en vielen elkaar in de armen.
Meteen haalden we allerlei herinneringen op daarbij elkaar telkens enthousiast onderbrekend.
Maar onverwacht gaf hij mij plotseling een harde vuistslag in het gezicht. Ik duizelde maar mepte meteen even hard terug.
En het werd een echte vechtpartij tot ontzetting van een tiental wandelaars.
Ik weet verder niet hoe dit afgelopen is.